Roberto Coletti, ijsgek

IJs was voor mij niets nieuws. Mijn overgrootvader, Giuseppe Da Forno, had rond 1900 al een ijssalon in Krakow in Polen. Die ijssalon heeft zijn zoon, Boris, later overgenomen. Uiteindelijk zijn ze weer terug gegaan naar Pozzale di Cadore, een klein dorp midden in de Alpen. Uit deze streek komt ook de familie van Carlina en de meeste ijsbereiders, die nu in Duitsland, Nederland en Oostenrijk gevestigd zijn.

 

Met zoveel ijsbereiders is het dan ook niet verwonderlijk dat deze dorpjes in de lente echt leeglopen. In de winter, als de ijssalons weer dicht zijn, komen de ijsbereiders allemaal weer naar huis en is het er lekker druk. Dan word er over het ijsseizoen gesproken, de nieuwe smaken en worden wedstrijden gehouden en cursussen gegeven.


Met mijn collega's praat ik regelmatig over de gekke smaken ijs die ik in Utrecht maak. De meer traditionele ijsbereiders verklaren mij dan voor gek. Vooral als ik over haring- of sigarenijs vertel.

Ik heb meerdere internationale prijzen gewonnen, waaronder de Gouden Ijsspatel, maar het echte kroontje op mijn werk is als ik mensen van mijn ijs zie genieten.

 

Naast mijn werk in de ijssalon ben ik vice-voorzitter van ITAL, de vereniging van ambachtelijk Italiaanse ijsbereiders in Nederland. Met deze vakmensen wissel ik graag van gedachten over ijs en de verschillende trends in ijs-land. Samen proberen wij het peil van ambachtelijk Italiaans ijs in Nederland hoog te houden.


Ik eet het liefst een hoorntje met chocolade-ijs met variegato amarena.

 

Carlina Coletti De Lorenzo

Ik ben gecertificeerd IJs-specialist en kom uit een echte 'ijs-familie'.

Mijn grootvader, Guido De Lorenzo, heeft ruim 80 jaar geleden het woord ijssalon bedacht. Toen hij in 1928 naar Nederland kwam, kon je alleen bij een ijskar ijs kopen en alléén maar room-ijs. Utrechters moesten wel wennen aan een salon waar je meerdere smaken ijs kon kopen en mijn grootvader had dan ook een flink aantal ijskarretjes om Utrechters aan zijn ijs te laten wennen. Hij noemde deze karretjes 'zijn krukken'. Het ijs van mijn opa viel in de smaak. Bij de verkiezing Utrechter van de eeuw driekwart eeuw later, zat mijn grootvader bij de top 3. Zouden alle Utrechtse ijsliefhebbers gestemd hebben?

 

Mijn eerste bijbaantje was natuurlijk in de ijssalon van mijn ouders op de Oude Gracht. Ik heb er met mijn zusje heel wat uren en zonnige dagen doorgebracht en heb er zelfs een van mijn eerste vriendjes leren kennen. De ijssalon van mijn vader was weer heel innovatief, hij had in de jaren 70 al drop- en kaneelijs. Naast de ijssalon is mijn vader ook altijd actief geweest. Zo is hij een van de oprichters van de vereniging van Italiaanse ijsbereiders in Nederland, de ITAL, was hij hoofd-examinator voor de vakopleiding Meester ijsbereider en was hij voorzitter van de Europese vereniging van ambachtelijke, Italiaanse ijsbereiders, Artglace.

Een groot deel van mijn familie zit nog steeds 'in het ijs' en niet alleen in Utrecht, maar ook in Duitsland, Oostenrijk, Italie en zelfs in Rusland.

Ik ben ijs-specialist, maar de meeste ijs-ervaring heb ik gekregen doordat ik dagelijks veel, en vooral lekkere, ijsjes eet en vaak met Roberto proeven doe om nieuwe smaken te bedenken.